Kinderopvang regel je het beste in de eerste of tweede maand van je zwangerschap, dus zo snel mogelijk na je eerste echo rond week 8. Dat klinkt vroeg, maar de wachtlijsten bij veel kinderdagverblijven zijn lang. Wie te laat begint, riskeert dat er geen plek is voor de gewenste datum.
De meeste kinderopvangorganisaties werken met een wachtlijst. Je kunt je inschrijven zodra je weet dat je zwanger bent, en bij sommige organisaties zelfs nog eerder als je een plek wilt reserveren voor een specifieke gewenste startdatum. Hoe eerder je je aanmeldt, hoe groter de kans dat je de opvang krijgt die bij jouw situatie past.
Waarom zo vroeg kinderopvang regelen tijdens je zwangerschap?
In drukke steden en populaire wijken lopen de wachtlijsten voor een kinderdagverblijf op tot één tot soms twee jaar. Stel: je bent 8 weken zwanger en je bevalling is rond week 40. Dan heb je nog ongeveer 32 weken, dus zo’n acht maanden. Bij lange wachtlijsten is dat krap. Begin je pas na de twintigste week, dan verkleint de kans op een plek op jouw gewenste dag en tijdstip flink.
Gastouderopvang heeft doorgaans kortere wachtlijsten dan een kinderdagverblijf, maar ook daarvoor geldt: vroeg aanmelden loont. Hetzelfde geldt voor een peuterspeelzaal of buitenschoolse opvang, al is die laatste pas relevant als je kind naar school gaat.
Hoe werkt inschrijven bij een kinderdagverblijf?
Bij de meeste organisaties schrijf je je online in via hun website of een wachtlijstbeheerder. Je geeft daarbij aan wat je gewenste startdatum is (voor de meeste ouders is dat vlak na het verstrijken van het zwangerschapsverlof en eventueel geboorteverlof, doorgaans als de baby drie tot vier maanden oud is), hoeveel dagen per week je opvang nodig hebt en of je voorkeur uitgaat naar bepaalde dagen.
Sommige kinderdagverblijven vragen een eenmalige inschrijfvergoeding van een paar tientallen euro’s. Dat bedrag betaal je om op de wachtlijst te komen; het zegt nog niets over de uiteindelijke opvangkosten.
Stap voor stap: zo pak je het aan
- Week 6 tot 10: Zoek kinderopvanglocaties bij jou in de buurt op. Kijk op de website van de organisatie of vraag via de gemeente welke aanbieders er zijn.
- Week 8 tot 12: Schrijf je in op wachtlijsten van twee of drie locaties tegelijk. Zo heb je een back-up als je eerste keuze geen plek heeft.
- Week 12 tot 20: Vraag informatie op over de kinderopvangtoeslag via de Belastingdienst. Zo weet je welk deel van de kosten je terugkrijgt.
- Na 20 weken: Bevestig je inschrijving als de organisatie daarom vraagt, en vraag naar de voortgang van je positie op de wachtlijst.
- Rond de bevalling: Rond de geboorte geef je de exacte geboortedatum door aan de opvang, zodat de startdatum definitief kan worden vastgesteld.
Kinderopvangtoeslag: dit is handig om te weten
De kosten van kinderopvang worden deels vergoed via de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Hoeveel je terugkrijgt, hangt af van je inkomen en het aantal uren dat je kind naar de opvang gaat. Je kunt de toeslag aanvragen zodra je kind daadwerkelijk naar de opvang gaat. Kijk voor de actuele percentages en maximale uurprijzen op de website van de Belastingdienst, die informatie wordt jaarlijks bijgewerkt.
Wat als je toch te laat bent begonnen?
Heb je je aanmelding later gedaan dan gepland? Dan zijn er een paar alternatieven die je kunt proberen. Schrijf je in bij meerdere locaties en geef aan of je flexibel bent met de dagen. Informeer ook naar gastouderopvang via een gastouderbureau, dat heeft vaak een kortere wachttijd. Vraag familie of vrienden tijdelijk bij te springen als overbrugging. En zet jezelf op een annuleringslijst: er vallen regelmatig plekken vrij omdat andere ouders van hun plek afzien.
Wacht in ieder geval niet tot na de bevalling. Hoe vroeger je je tijdens de zwangerschap inschrijft voor kinderopvang, hoe meer keuze je hebt en hoe rustiger je de maanden voor de geboorte in kunt gaan.