Je zwangerschapsverlof berekenen doe je door vanaf de dag ná je uitgerekende datum 4, 5 of 6 weken terug te tellen. Die dag is dan je eerste verlofdag. Je mag zelf kiezen hoeveel weken je vóór de bevalling opneemt, zolang het tussen de 4 en 6 weken ligt. De totale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof samen is altijd minimaal 16 weken.
Hoe je de start- en einddatum precies berekent, hangt af van wanneer je uitgerekend bent en welke keuze je maakt. Hieronder zie je hoe dat in de praktijk werkt.
Hoe je de startdatum berekent
De uitgerekende datum is het vertrekpunt. Je telt daarvandaan terug. Kies je voor 6 weken voor de uitgerekende datum, dan begint je verlof het vroegst. Kies je voor 4 weken, dan werk je langer door en houd je meer verlof over voor na de bevalling.
Een concreet voorbeeld: stel dat je uitgerekende datum 1 september is. Dan ziet de berekening er zo uit:
| Weken vóór uitgerekende datum | Startdatum verlof |
|---|---|
| 6 weken | 21 juli |
| 5 weken | 28 juli |
| 4 weken | 4 augustus |
Let op: je berekent dit altijd vanaf de uitgerekende datum, niet vanaf de werkelijke bevallingsdatum. Dat maakt uit als je eerder of later bevalt dan gepland.
Wanneer eindigt je verlof?
De einddatum hangt af van wanneer je bent bevallen. Het bevallingsverlof duurt minimaal 10 weken na de dag van de bevalling. Samen met het zwangerschapsverlof kom je altijd op minimaal 16 weken uit. Bevalt je kind later dan uitgerekend? Dan schuift de einddatum mee op: je verliest geen dagen door een late bevalling. Bevalt je kind eerder dan uitgerekend? Dan gaan de niet-opgenomen weken vóór de bevalling alsnog naar het verlof ná de bevalling, zodat je bevallingsverlof langer wordt.
Een voorbeeld: stel dat je 6 weken voor je uitgerekende datum begint, maar je kind wordt 2 weken eerder geboren. Je hebt dan slechts 4 weken zwangerschapsverlof opgenomen. Die 2 resterende weken worden automatisch toegevoegd aan je bevallingsverlof, zodat je alsnog 12 weken na de bevalling thuis kunt blijven.
Stappenplan: zwangerschapsverlof berekenen in 3 stappen
- Bepaal je uitgerekende datum. Die staat op je verloskundigenkaart of in je dossier bij de gynaecoloog.
- Kies hoeveel weken je vóór de bevalling wilt stoppen. Dat is tussen de 4 en 6 weken. Houd rekening met hoe je je voelt en hoe zwaar je werk is.
- Tel dat aantal weken terug vanaf de dag ná je uitgerekende datum. Die dag is je eerste verlofdag. Meld dit op tijd bij je werkgever.
Wanneer moet je je verlof melden?
Je bent verplicht om je werkgever minimaal 3 weken voor de gewenste startdatum te informeren. Doe je dit later, dan kan je startdatum opschuiven en loop je mogelijk verlof mis. Geef tegelijk je uitgerekende datum door, want die is ook voor je werkgever relevant om de einddatum in te schatten.
De uitkering tijdens je verlof loopt via het UWV. Je werkgever vraagt die voor je aan, maar controleer op tijd of dat ook echt gebeurt. Doe je aanvraag niet te laat, want UWV heeft ook een verwerkingstijd.
Met deze berekening weet je precies wanneer je zwangerschapsverlof begint en eindigt. Twijfel je over je keuze voor 4, 5 of 6 weken? Een zwaardere functie of lichamelijk werk is vaak een reden om eerder te stoppen, terwijl kantoorwerk wat meer ruimte geeft om langer door te gaan.