Als je later bevalt dan de uitgerekende datum, heeft dat géén gevolgen voor de totale duur van je bevallingsverlof. Het bevallingsverlof gaat in op de dag ná de bevalling en duurt altijd minimaal 10 weken, ook als je baby later komt dan verwacht. Je verliest dus geen dagen door een latere bevalling.
Wat wél verschuift, is je zwangerschapsverlof. Dat begint standaard 4 tot 6 weken vóór de uitgerekende datum. Als je baby later wordt geboren, duurt dat voorliggende verlof gewoon langer. En dat werkt in je voordeel.
Zwangerschapsverlof bij later bevallen: wat er precies verandert
Je zwangerschapsverlof start uiterlijk 4 weken vóór de uitgerekende datum, maar je mag het ook 6 weken van tevoren laten ingaan. Stel: je uitgerekende datum is 1 mei en je bevalt op 15 mei. Dan begint je bevallingsverlof pas op 16 mei. De twee extra weken vóór de bevalling tellen gewoon mee als (uitgebreid) zwangerschapsverlof. Je totale verlof wordt daarmee langer, niet korter.
Concreet rekenvoorbeeld: je laat je zwangerschapsverlof 6 weken voor de uitgerekende datum ingaan, op 20 maart. Je bevalt uiteindelijk op 15 mei, dus 2 weken na de uitgerekende datum. Dan ziet je verlof er zo uit:
- Zwangerschapsverlof: 20 maart tot en met 15 mei (8 weken in plaats van 6)
- Bevallingsverlof: 16 mei tot en met minimaal 24 juli (10 weken)
Je totale verlofperiode duurt in dit geval 18 weken in plaats van 16. De extra weken ontstaan doordat de bevalling later plaatsvond dan verwacht.
Bevallingsverlof: altijd minimaal 10 weken
De minimale duur van 10 weken bevallingsverlof is wettelijk vastgelegd. Het UWV garandeert dit, ongeacht wanneer de bevalling precies plaatsvindt. Bevalt je baby twee weken te laat? Dan duurt je bevallingsverlof nog steeds 10 volle weken vanaf de dag na de bevalling. De wet zorgt ervoor dat je geen nadeel ondervindt van een latere bevalling.
Als je baby vroeger wordt geboren dan de uitgerekende datum, geldt het omgekeerde: je bevallingsverlof begint eerder, maar het zwangerschapsverlof was korter. Ook dan geldt minimaal 10 weken bevallingsverlof. Het UWV vult eventuele tekorten aan zodat je altijd recht houdt op het wettelijke minimum.
Moet je iets regelen bij een latere bevalling?
Je hoeft in de meeste gevallen niets extra’s te regelen. Je werkgever ontvangt de bevallingsmelding en past het verlof automatisch aan op de werkelijke geboortedatum. Zorg er wel voor dat je werkgever zo snel mogelijk op de hoogte is van de werkelijke datum. In de praktijk geef je dit door via een geboorteakte of een andere officiële bevestiging.
Krijg je een uitkering van het UWV tijdens je verlof (wat bij de meeste werknemers indirect via de werkgever loopt), dan wordt het verlof ook door het UWV aangepast op de werkelijke datum. Je hoeft dat niet zelf te berekenen of opnieuw aan te vragen.
Later bevallen heeft dus eigenlijk alleen maar voordelen als het gaat om verlof: je totale verlofperiode wordt langer, je bevallingsverlof blijft minstens 10 weken, en je hoeft zelf weinig te regelen. Controleer via de rekentool van de Rijksoverheid (rijksoverheid.nl) wat jouw exacte data zijn, zodat je precies weet waar je aan toe bent.