Je hebt recht op minimaal 16 weken verlof rondom de bevalling: 6 weken zwangerschapsverlof vóór de uitgerekende datum en minstens 10 weken bevallingsverlof erna. Hoe die weken precies verdeeld worden, hangt af van wanneer je baby geboren wordt.
Hoe lang is zwangerschapsverlof precies?
Het zwangerschapsverlof begint tussen 4 en 6 weken vóór de uitgerekende bevallingsdatum. Je kiest zelf wanneer je wilt starten, maar je mag uiterlijk 4 weken voor de uitgerekende datum beginnen. Begin je eerder, bijvoorbeeld 6 weken van tevoren, dan heb je minder weken over na de bevalling. Begin je later, dan schuiven die weken door naar het bevallingsverlof na de geboorte.
Het totaal van 16 weken is een wettelijk minimum. Bevalt je baby te vroeg of te laat, dan kan de verdeling iets anders uitvallen, maar het totaal blijft minstens 16 weken.
Rekenvoorbeeld: zo werkt de verdeling
Stel, je uitgerekende datum is 1 augustus. Je kiest ervoor om op 20 juni te starten met verlof. Dat zijn 6 weken voor de uitgerekende datum. Bevalt je baby precies op 1 augustus, dan heb je daarna 10 weken bevallingsverlof. Je verlof loopt dan tot medio oktober.
Kies je om pas 4 weken voor de uitgerekende datum te starten (dus op 4 juli), dan zijn er 2 weken “opgespaarde” weken die bij het bevallingsverlof worden opgeteld. Je hebt dan 12 weken verlof na de bevalling, in plaats van 10.
- Start 6 weken voor uitgerekende datum: 6 weken voor + 10 weken na = 16 weken totaal
- Start 4 weken voor uitgerekende datum: 4 weken voor + 12 weken na = 16 weken totaal
- Start 5 weken voor uitgerekende datum: 5 weken voor + 11 weken na = 16 weken totaal
Wat als de baby eerder of later komt?
Komt je baby later dan de uitgerekende datum, dan loopt het bevallingsverlof gewoon door tot er minstens 10 weken ná de geboorte verstreken zijn. Je verlof wordt in dat geval langer dan 16 weken.
Komt je baby vroeger, dan blijft het bevallingsverlof ná de geboorte minstens 10 weken. Het totale verlof kan in dat geval korter uitvallen dan 16 weken als je zwangerschapsverlof nog niet was ingegaan. Ga je verlof in vóór de vroeggeboorte, dan telt die periode ook mee.
Wie betaalt je uitkering tijdens het verlof?
Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof heb je recht op een uitkering via het UWV. Als je in loondienst bent, regelt je werkgever dit doorgaans voor je. De uitkering is gebaseerd op je dagloon en bedraagt maximaal 100% van je loon, tot aan het maximumdagloon dat het UWV hanteert. Ben je zelfstandige (zzp’er), dan vraag je de uitkering zelf aan bij het UWV via de ZEZ-regeling (zwangerschapsuitkering voor zelfstandigen).
Geboorteverlof voor de partner
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken is alleen voor de bevallende ouder. De partner heeft recht op apart geboorteverlof: 1 week direct na de bevalling en daarna maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof, op te nemen binnen 6 maanden na de geboorte. Dit is een ander type verlof en staat los van de 16 weken.
Wil je precies weten wanneer jouw verlof begint en eindigt? Op de website van de Rijksoverheid staat een rekenhulp waarmee je de exacte datums kunt berekenen op basis van jouw uitgerekende datum en de gekozen startdatum.